| |
 |
Islam dynastieën overzicht
Tientallen sultans voor één God
|
|
|
ISLAM DYNASTIEËN |
|
Marokko en de Middellandse Zee landen hebben een lange en ingewikkelde geschiedenis met diverse snel opeenvolgende dynastieën, die ontstonden uit Berberse of Arabische stammen. Na het overlijden van profeet Mohammed, de bedenker van de islam, in 632 in Medina onderwierp kalief Abu Bakr, één van zijn vroegste medestanders, de Arabische stammen. Zij veroverden Syria en Perzië (nu Iran), Palestina, libya en Egypte zouden volgen. De basis van een islamitisch (Arabisch) Rijk was gelegd. Al begin van de 8ste eeuw deinde het uit naar Marokko, Tunesië en Algerië.
Omajjaden De Omajjaden (Umayyaden) behoorden tot het stammenverband van de Qoeraisj en zij kwamen uit Mekka (nu Saudi-Arabia). Stichter van hun dynastie was Mu'awija ibn Abu Sufyan (602-680), gouverneur van Damascus (nu Syria). De Ommajjaden hadden zich tot de islam bekeerd na de terugkeer van profeet Mohammed in Mekka. Zij heersten over het Arabische Rijk van 661 tot 750. zij veroverden het Nieuw-Perzische Rijk van de Sassaniden (nu Iran) en de zuidelijke provincies van het Byzantijnse Keizerrijk tot aan Spanje. De Sassaniden hadden in 224 de Parthen verslagen bij Hormizdgan en hun territorium ging in 651 in het Arabische Rijk op.
In 711 vielen de Moren (Mauri), samen met enkele Arabieren die met Okba ben Nafih Noord-Afrika overspoeld hadden, onder leiding van Tarik ibn Zijad via Gibraltar Spanje binnen, dat toen in handen was van de Visigoten. De Moren waren Berbers (Imazighen), die tot de islam waren bekeerd, door de Arabieren. De Spaanse bezetting begon met het Kalifaat van Córdoba (929-1031), dat regeerde over 'Al-Andalus' (zowat hedendaags Andalucía) en zou duren tot de val van het Nasriden Rijk van Granada in 1492 en de zege van de 'Reconquista'. Nadat de Omajjaden in 750 verslagen waren door de Abbasiden, zette de gevluchte prins Abdelrraham Ibn Mo'awiyya de dynastie in Spanje voort tot 1027. In 1031 zou het Kalifaat van Cordóba uiteenvallen in diverse koninkrijken, de Taifa's. Heersers van deze dynastie: Kaliefen vanuit Damascus: Mu'awija ibn Abu Sufyan, (661-680); Yazid I ibn Moe'awija, (680-683); Muawiya II ibn Yazid, (683-684); Marwan I ibn Hakam, (684-685); Abd al-Malik ibn Marwan, (685-705); al-Walid I ibn Abd al-Malik, (705-715); Suleiman ibn Abd al-Malik, (715-717); Umar ibn Abd al-Aziz, (717-720); Yazid II ibn Abd al-Malik, (720-724); Hisham ibn Abd al-Malik, (724-743); al-Walid II ibn Yazid II, (743-744); Yazid III ibn al-Walid, (744); Ibrahim ibn al-Walid, (744); Marwan II ibn Muhammad, (744-750); Emirs van Córdoba: Abd-ar-Rahman I, (756-788); Hisham I, (788-796); al-Hakam I, (796-822); Abd-ar-Tahman II, (822-852); Muhammad I, (852-886); al-Mundhir, (886-888); Abdallah ibn Muhammad, (888-912); Abd-ar-rahman III, (912-929); Kaliefen van Córdoba: Abd-ar-rahman III, als kalief, 929-961); Al-Hakam II, (961-976); Hisham II, (976-1008); Mohammed II, (1008-1009); Suleiman, (1009-1010); Hisham II, opnieuw, (1010-1012); Suleiman, opnieuw, (1012-1017); Abd-ar-Rahman IV, (1021-1022); Abd-ar-Rahman V, (1022-1023); Muhammad III, (1023-1024); Hisham III, (1027-1031);
Abbasiden De Abbasiden hadden Bagdad (nu Irak) als hoofdstad, een stad die zij overigens gesticht hebben. Zij vormden een dynastie die de overhand kreeg had van 749 tot 1258, toen de Mongolen Bagdad veroverden. Hun rijk begon met een opstand in 747 in Khorasan (Iran) onder leiding van Abu-Abbas Al-Saffah,. De Ommajjaden hielden er in hun ogen een te liederlijke levensstijl op na en zij wilden terug naar de 'eenvoudige beginselen' van de begintijd van de islam. Tijdens het bewind van Harun al-Rashid (763-809) ontstonden de 'Sprookjes van duizend-en-een nacht' ('alf laila wa-laila' of 'duizend nachten en nacht'), een reeks (erotisch gekleurde) verhalen die haar oorsprong vond in India. De moslims gebruikten de teksten om 'les te geven'. Harun-al-Rashid onderhield toen ook betrekkingen met het Chinese Keizerrijk, dat toen geregeerd werd door de Tang-dynastie. Beide heersers wisselden zelfs ambassadeurs uit en de handel bloeide via de Zijderoute. In het 'Huis der Wijsheid' (Bait Al-Hikma) werden van 825 af vertalingen gemaakt van de klassieke Griekse filosofie. In 1281 zou Osman de Mongolen verslaan, die (huidig) Turkije waren binnengedrongen, en legde hij aldus de basis van een Ottomaanse (Osmaans) Rijk dat 600 jaar zou overleven en… oorlog voeren. Onder leiding van Mehmet II veroverden zij in 1453 Het Byzantijnse Constantinopel (sindsdien Istanbul). Aan dit rijk kwam pas een einde in 1923 en kon Mustafa Kemal Atatürk modern Turkije stichten. Heersers van deze dynastie: Kaliefen vanuit Bagdad: Abu'l Abbas As-Saffah (750-754); Al-Mansur (754-775); Al-Mahdi (775-785); Al-Hadi (785-786); Harun al-Rashid (786-809); Al-Amin (809-813); Al-Ma'mun (813-833); Al-Mu'tasim (833-842); Al-Wathiq (842-847); Al-Mutawakkil (847-861); Al-Muntasir (861-862); Al-Musta'in (862-866); Al-Mu'tazz (866-869); Al-Muhtadi (869-870); Al-Mu'tamid (870-892); Al-Mu'tadid (892-902); Al-Muktafi (902-908); Al-Muqtadir (908-932); Al-Qahir (932-934); Ar-Radi (934-940); Al-Muttaqi (940-944); Al-Mustakfi (944-946); Al-Muti (946-974); At-Ta'i (974-991); Al-Qadir (991-1031); Al-Qa'im (1031-1075); Al-Muqtadi (1075-1094); Al-Mustazhir (1094-1118); Al-Mustarshid (1118-1135); Ar-Rashid (1135-1136); Al-Muqtafi (1136-1160); Al-Mustanjid (1160-1170); Al-Mustadi (1170-1180); An-Nasir (1180-1225); Az-Zahir (1225-1226); Al-Mustansir (1226-1242); Al-Musta'sim (1242-1258); Kaliefen vanuit Cairo: Al-Mustansir (1261); Al-Hakim I (1262-1302); Al-Mustakfi I (1302-1340); Al-Wathiq I (1340-1341); Al-Hakim II (1341-1352); Al-Mu'tadid I (1352-1362); Al-Mutawakkil I (1362-1383); Al-Wathiq II (1383-1386); Al-Mu'tasim (1386-1389); Al-Mutawakkil I (opnieuw - 1389-1406); Al-Musta'in (1406-1414); Al-Mu'tadid II (1414-1441); Al-Mustakfi II (1441-1451); Al-Qa'im (1451-1455); Al-Mustanjid (1455-1479); Al-Mutawakkil II (1479-1497); Al-Mustamsik (1497-1508); Al-Mutawakkil III (1508-1517)
Nekor en Barghawata In het Marrokaanse Rif gebergte had Salih I ibn Mansur al-Himyari, een Arabier uit Yemen, in 710 al het koninkrijkje Nekor gesticht. De Banu Salih dynastie zou dat tot 1019 regeren. In 744 kwamen de Barghawata (ook Barghwata, Berghouata of Barbati) in opstand tegen de vreemde heersers. Dat was een confederatie van Berber stammen en zij stichtten onder leiding van Tarif al-Matghari een eigen koninkrijk tussen Safi en Salé. Dat zou overleven tot 1058. Tarif al-Matghari gaf zichzelf uit als profeet en hij regeerde als koning Salih ibn Tarif. Heersers van deze dynastie: Tarif al-Matghari; Salih ibn Taraf; Ilyas ibn Salih (?792-842); Yunus ibn Ilyas (?842-888); Abu Ghafir Muhammad (?888-917); Abu al-Ansar Abdullah (?917-961); Abu Mansur Isa (?961-?)
Idrisiden Geleid door de voor de Abbasiden gevluchte sjiïet Moulay Idriss, kwamen Miknasa Berbers in 789 vanuit Fès in opstand. Zij scheurden zij zich los van el-Andalus.
Stichter van de dynastie was Idris ibn Abdallah (788-791), die beweerde een afstammeling te zijn van Fatima, de dochter van Mohammed. Hij was een achterkleinzoon van Abû Muhammad al-Hasan ben `Alî az-Zakî, de eerste kleinzoon van Mohammed. Zelf was hij dus geen Berber van afkomst, maar de Miknasa hadden hem als vluchteling geadopteerd. Hij regeerde als Idris I en lag aan de basis van de doorgedreven islamisering van Marokko en wordt wegens de scheiding met el-Andalus beschouwd als de vader van het 'koninkrijk'. Het stadje Moulay Idriss draagt zijn naam. Zij is de 'heilige stad' van Marokko De Idrisiden stichtten aldus de dynastie van de Idrisiden die tot 985 de macht zou behouden. Tot hun imperium behoorden eveneens Ceuta en Melilla, die nu enclaves van Spanje zijn. Heersers van deze dynastie: Idris I (788-791); Idris II (791-828); Muhammad ibn Idris (828-836); Ali I ibn Idris(836-848); Yahya I ibn Muhammad(848-864); Yahya II ibn Yahya(864-874); Ali II ibn Umar (874-883); Yahya III ibn Al-Qassim (883-904); Yahya IV ibn Idris ibn Umar (904-917); Fatimid dynasty overlordship (922-925); Hassan I al-Hajam (925-927) Onder Fatimiden voogdij (927-937): Al Qasim Gannum (937-948); Abu l-Aish Ahmad (948-954); Al-Hasan II ben Kannun (954-974)
Fatimiden De Fatamiden (ook al-Fatimiyyun) waren sjiieten en hun dynastie werd in 909 gesticht door Ubayd Allah al-Mahdi Billah (ook Said ibn Husayn), die voor zijn afkomst verwees naar Fatima as-Zahra, een dochter van Mohammed. Zijn volgelingen leefden in Ifriqiya, een gebied dat nu bestaat uit delen van Tunesië, Libya en Algerië. Zij bouwden een rijk uit dat tot 1171 zou bestaan uit Marokko, Algerië, Tunisië, Libya, Egypte, Palestina, Libanon, Syria, Yemen en Sicilië en Hiyaz, de kuststrook van Saudi-Arabia langs de Rode Zee, waarin steden liggen als Jeddah, Medina en Mekka. De naar Ubayd Allah al-Mahdi Billah vernoemde Tunesische kuststad Mahdia (Al-Mahdiyyah) ten noorden van Sfax en op 25 kilometer van Al-Qayrawan (Kairouan), werd de hoofdstad. Later in 969 zou Cairo (al-Qahirat) die rol overnemen. De Fatimiden koesterden uitstekende handelsbetrekkingen met de Song dynastie in het Keizerrijk van China. Heersers van deze dynastie: Ubayd Allah al-Mahdi Billah (909-934); Muhammad al-Qa'im Bi-Amrillah (934-946); Ismail al-Mansur (946-952); Ma'ad al-Muizz Li-Deenillah (952-975); Abu Mansoor Nizar al-Aziz Billah (975-996); Al-Hakim bi-Amr Allah (996-1021); Ali az-Zahir (1021-1035); Al-Mustansir Billah (1035-1094)
Maghrawaden De Maghrawaden waren Zenata Berbers uit centraal en westelijk Algerië. Al in de 7de eeuw lieten zij zich tot de islam bekeren en steunden zij Oqba bin Nafi in de Arabische verovering van Noord-Afrika en Spanje. Aanvankelijk steunden zij ook de Idrisiden, die zich losweekten uit el-Andalus, maar nadien gingen zij in de 10de eeuw aanleunen bij de door de Abbasiden uit Damascus verjaagde Omajjaden (Kalifaat van Córdoba; 929-1031). Zo kwamen zij in Marokko in de problemen met de Fatimiden, en werden zij uiteindelijk uit het land verdreven.
Almoraviden De Almoraviden (al-Murabitun) waren Imazighen die tot Senhaja Berbers behoorden. Zij waren woestijnbewoners uit noordwestelijk Afrika die tijdens de 11de eeuw een rijk uitbouwden tot in Spanje. Op een bepaald ogenblik had het een Noord-Zuidlengte van 3.000 kilometer. Hun leider was Yahya ibn Ibrahim.
Pas nadat hij in 1035 Mekka had bezocht en de islam begon te prediken, bekeerden de Senhaja zich tot dat geloof. Zij besloten daarop om ook andere tot de islam te brengen en trokken op veroveringstocht. Vanuit Sijilmassa vielen zij in 1070 Marrakesh binnen en maakten zij er hun hoofdstad van. Zij versloegen de Fatimiden, Idrisiden en Barghawaten. Nadat de Spaanse vorst Alfons VI van Castilla de Moorse rijkjes had overwonnen in 1086 staken de Almoraviden over en overwonnen Yusuf ibn Tashfin de koning tijdens de Slag van Zallaqa bij Badajoz. Yusuf ibn Tashfin kreeg heel het gebied van el-Andalus in handen, maar ving wel bot in Valencia, dat door Rodrigo Díaz de Vivar (El Cid Campeador) verdedigd werd tot 1102. De Almoraviden keerden weer naar Marokko, maar de Moren riepen in 1088 opnieuw hul hulp in. Toen enkele leiders de christelijke legers gingen steunen, keerde Yusuf ibn Tashfin terug naar de thuishaven en voegde hij vandaar uit nog Ghana en Mali aan zijn Berberrijk toe. Ishaq ibn Ibrahim was de laatste vorst van de Almoraviden. Hij werd vermoord toen in 1146 de Almohaden in Marrakesh binnenstormden. Heersers van deze dynastie: Yusuf ibn Tashfin (1061-1106); Ali ibn Yusuf (1106-1142); Tashfin ibn Ali (1142-1146); Ibrahim ibn Tashfin (1146); Is'haq ibn Ali (1146-1147)
Almohaden en Nasriden De Almohaden (al-Muwahhidun) waren eveneens Berbers. Zij werden beschouwd als unitaristen omdat zij de 'tawh?' verkondigden, de 'goddelijke eenheid'. Hun stichter was Abd al-Mu'min al-Kumi (1094-1163) van de Masmuda stam. De heerschappij van de Almoraviden had hen naar de Atlas gedreven, maar toen Abu Abd Allah Muhammad Ibn Tumart (ook: Ibnu Tuwmart; 1080-1130), de terugkeer naar de oorspronkelijke zuiverheid van de islam begon te prediken, sloot Abd al-Mu'min zich bij hem aan en werd hij snel zijn rechterhand. Ibn Tumart stierf in 1128 in het Tin Mal (ook Tinmel) klooster dat hij in de Hoge Atlas had laten bouwen. In 1156 werd in Tin Mal te zijner herinnering de moskee gebouwd. De Grote Moskee van Taza stond daarbij model. Abd al-Mu'min trok ten strijde tegen de Almoraviden, die de denkpiste van zijn geestelijke leider hadden afgewezen, en bouwde hij na 1130 een groot rijk uit.
Zowel Egypte als Spanje behoorden tot Abd al-Mu'min zijn territorium. Hij ontpopte zich tot een grote bouwheer, zoals ook de Koutoubia moskee van Marrakesh getuigt. Het was Abd el-M'umin die, met zijn zoon en opvolger Abu Yaqub Yusuf, Rabat zou stichten. Dat gebeurde omstreeks 1150 met de oprichting van 'Ribat al-Fath' ('Kamp van de Overwinning'). Het werd een thuisbasis voor de verdere verovering van Egypte en Moors Spanje, dat nog ten dele beheerst werd door de dynastie van de Almoraviden, die nadien van Fès hun hoofdstad zouden maken. De verovering van Fès vergde een langdurige belegering, maar uiteindelijk werden de Almoraviden overwonnen en werd hun laatste vorst Ibrahim Ben Tachfin gedood. Marrakesh werd in 1147 de hoofdstad. De Almohaden dynastie zou ook in die stad eindigen in 1269. Abu Yaqub Yusuf sneuvelde in 1184 tijdens een veldslag bij Santarém in Portugal (1184). In 1212 verloren de Almohaden de Slag van Las Navas de Tolosa en dat betekende meteen het einde van de Moorse heerschappij in een groot deel van het land. Muhammed I ibn Nasr kon met de overgebleven volgelingen Granada bereiken en begon daar in 1232 de dynastie van de Nasriden. Almería, Guadix en Málaga vielen eveneens binnen hun grenzen. De dynastie zou overleven tot in 1492 de Reconquista definitief het pleit won. Abu 'abd-Allah Muhammad XII (Baobdil) was de laatste Moorse Koning van Spanje. Aan deze dynastie dankt Granada haar Alhambra. Heersers van deze dynastie: Abdul-Mu'min (1145-1163); Abu Yaqub Yusuf I (1163-1184); Aby Yusuf Yaqub al-Mansur (1184-1199); Muhammad an-Nasir (1199-1213); Abu Yaqub Yusuf II (1213-1224); Abdul-Wahid I (1224); Abdallah al-Adil (1224-1227); Yahya (1227-1235); Idris I (1227-1232); Abdul-Wahid II (1232-1242); Ali (1242-1248); Umar (1248-1266); Idris II (1266-1269)
Meriniden Meriniden was, zoals voordien de Maghrawaden, een dynastie van Zenata Berbers uit de provincie Kenitra en de omgeving van Midelt. Zij hadden deel genomen aan de verdediging van Granada, maar werden in 1340 na de Slag bij Tarifa door de katholieke legers verdreven. Hun macht begon te groeien na 1215 toen zij de Almohaden een eerste slag toebrachten en gebieden in de Rif onder hun gezag plaatsten. Na de Almohaden-heerschappij in 1269 veroverden zij heel Marokko en zij zouden regeren tot 1465. Fès werd hun hoofdstad. De dood van Abû Inân Fâris ben Alî, die gewurgd werd door een vizier, zou een tweespalt drijven in hun gelederen en de dynastie begon al in 1358 te verzwakken, zodat zij geen verweer kon bieden tegen de alsmaar meer opdringerige Portugezen en andere nationaliteiten. In 1361 namen de viziers voor lange tijd het beleid over. De laatste sultan Abû Muhammad `Abd al-Haqq werd de keel overgesneden toen in Fès een volksopstand was losgebroken. De Portugese vorst Afonso V nam de gelegenheid te baat op Tanger te veroveren. Abû Abd Allah ach-Chaykh Muhammad ben Yahyâ, één van de overlevende leden van de dynastie, zou Fès opnieuw in handen nemen en begon de dynastie van de Wattasiden in 1472. Het was tijdens de dynastie van de Mereniden dat Abdullah Mohammed Ibn Battuta zich ontpopte als de eerste wereldreiziger. Heersers van deze dynastie: Abd al-Haqq I (1195-1217); Uthman I (1217-1240); Muhammad I (1240-1244); Abu Yahya ibn Abd al-Haqq (1244-1258); Umar (1258 - 1259); Abu Yusuf Yaqub (1259-1286); Abu Yaqub Yusuf (1286-1306); Abu Thabit (1307-1308); Abu l-Rabia (1308-1310); Abu Said Uthman II(1310-1331); Abu Al-Hasan ibn Othman (1331-1348); Abu Inan Faris (1348-1358); Muhammad II as Said (1359); Abu Salim Ali II (1359-1361); Abu Umar Taschufin (1361); Abu Zayyan Muhammad III (1362-1366); Abu l-Fariz Abdul Aziz I (1366-1372); Abu l-Abbas Ahmad (1372-1374); Abu Zayyan Muhammad IV (1384-1386); Muhammad V (1386-1387); Abu l-Abbas Ahmad (1387-1393); Abdul Aziz II (1393-1398); Abdullah (1398-1399); Abu Said Uthman III (1399-1420); Abdalhaqq II(1420-1465).
Wattasiden Net als de Meriniden behoorden ook de Wattasiden tot de Zenata Berbers. Tanger en Ceuta waren toen in handen van Portugal. Dat land zou in 1481 ook Safi inpalmen en in 1486 Azemmour. Vanuit Fès regeerde Abû Abd Allah ach-Chaykh Muhammad ben Yahyâ over noordelijk Marokko en een klein deel van Spanje. Het zuidelijk deel van Marokko werd toen als beheerst door de Saadi dynastie die eerst Taroudant en nadien Marrakesh tot hoofdstad zou uitroepen, nadat zij in 1554 de Wattasiden wist te verdrijven. Heersers van deze dynastie: Abu Zakariya Muhammad al-Saih al-Mahdi (1472-1505); Abu Abdallah Muhammad (1505-1524); Abul Abbas Ahmad (1524-1550).
Saadi De Saadi dynastie ontstond in Tagmadert in de Draâ vallei van zuidelijk Marokko, maar zou in 1554 onder sultan Mohammed ash-Sheikh het hele land beheersen. De dynastie werd in 1659 uit de troon gewipt tijdens het bewind van Ahmad el Abbas. De grondlegger van de dynastie was Abu Abdallah al-Qaim bi Amrillah die na een bezoek aan Medina (Saudi Arabia) en een droom zichzelf geroepen zag om een 'jihad' tegen de Portugezen te leiden. Zo verwierf hij stilaan, samen met zijn zoons, een moreel gezag.
Zoon Mohammed ash-Sheikh werd de eerste sultan van de nieuwe dynastie. Met de val van Agadir in 1541 verdwenen de Portugezen uit Marokko en in 1549 veroverde hij Fès op de Wattasiden. De Saadi's moesten het tijdens hun opmars ook opnemen tegen Ottomaanse troepen eer zij Marrakesh tot hun hoofdstad konden maken. Een hoogtepunt tijdens deze dynastie was de regeerperiode van Ahmed IV el-Mansur. De Saadi's brachtenPortugal in 1578, onder leiding van Abu Marwan Abd al-Malik, een katastrofale nederlaag toe tijdens de Slag bij Ksar el-Kebir. Die strijd ging de geschiedenis in als 'Slag van de 3 Koningen', omdat geen enkele van de drie betrokken vorsten de slag overleefde. El-Mansur kreeg ook het Songhai rijk (ongeveer Niger en Mali) klein. Met dat land bloeide de slavenhandel, maar de Saadi waren uit op de zoutwinning. De Saadi waren geen Berbers van afkomst. Hun wieg stond in de Arabische landen. De Saadi tombes werden herontdekt in 1917 en staan tentoon in Marrakesh. Tijdens het Saadi-bewind stroomden vele vluchtende of verbannen Morisco's (Moren) en joden toe uit Spanje. Zij ontvluchtten de Inquisitie. Heersers van deze dynastie: Alleen in zuidelijk Marokko: Abu Abdallah al-Qaim (1509-1517); Ahmad al-Araj (1517-1544); Mohammed as-Sheikh (1544-1557, ook vanuit Marrakesh); Abdallah al-Ghalib (1557-1574); Abu Abdallah Mohammed II (1574-1576); Abu Marwan Abd al-Malik I (1576-1578); Ahmad I al-Mansur (r.1578-1603); Abou Fares Abdallah (1603-1608); Vanuit Marrakesh: Zidan Abu Maali (1603-1627); Abu Marwan Abd al-Malik II (1627-1631); Al Walid ben Zidan (1631-1636); Mohammed Ech Sheik el Seghir (1636-1655); Ahmad el Abbas (1655-1659); Alleen in Fès: Mohammed as Sheikh el Mamun (1604-1613); Abdallah II (1613-1623); Abd el Malek (1623-1627);
Alawieten - Alaouiten De Alawieten (Alaouiten) hebben met de Shleuh een Berber achtergrond, maar zij geraakten gearabiseerd. Het is de dynastie die over Marokko regeert sedert 1666 tot nu. De huidige koning van Marokko, Mohammed VI is een Alawiet. Moulay Ali Cherif nam de macht als Sultan van Tafilalt, met Erfoud en Rissani een oaseregio in de Sahara, en wordt beschouwd als de stichter van de dynastie. Een mausoleum voor Moulay Ali Cherif werd in Rissani gebouwd. Hun legers bestonden grotendeels uit de Abid al Bokhari, zwarte slaaf-soldaten, en de militair georganiseerde stammen, zoals de Oudayas, Cherrardas en Cherragas.
Moulay Ali Cherif wist zijn macht uit te breiden na de dood van Saadi sultan Ahmad al-Mansur (1578-1603) en nadat zijn zoon Mulay al-Rashid (1664-1672) in 1659 de laatste Saadi sultan had verslagen en in 1668 Marrakesh veroverde. In 1684 werd Tanger heroverd en nadien werd ook El Jadida bevrijd van de Portugezen. Moulay Ismail Ibn Sharif, volgde zijn broer Mulay al-Rashid op die overleed na een val van zijn paard, en hij bouwde tussen 1672 en 1727 Meknès uit als zijn hoofdstad. Deze koningsstad kreeg dankzij hem de naam 'het Versailles van Marokko'. Paleizen, vestingen en tuinen wisselden elkaar af. Na zijn overlijden komt de dynastie in een diepe val. Van 1717 tot 1757 is de invloed van de Abid al Bokhari zo groot geworden dat zij mee gaan beslissen wie er sultan wordt of blijft. Dat spoort ook andere stammen tot gewoel aan en het is Mohammed III (Mohammed Ben Abdellah al-Qatib; 1710-1790), die de orde weet te herstellen. Hij sticht Essaouira (voorheen Mogador) als nieuwe havenstad, en bouwt de Medina van Casablanca en vernieuwt de kasbah van Marrakesh. Mohamed III ibn Abdallah moedigde ook joodse en andere handelaars aan om zich in zijn nieuwe stad te vestigen.
Mohammed III knoopt ook betrekkingen aan met diverse buitenlandse naties en hij heeft de handen vol met de strijd tegen de piraten van de zogeheten Barbary Coast. Hun macht was groot geworden en zij terroriseerden de Middellandse Zee. Eerder hadden Moorse vluchtelingen, die voor het 'piratenberoep' hadden gekozen, tussen 1627 en 1668, in Salé en Rabat zelfs de 'Republiek van Bou Regreg' hadden uitgeroepen. Beide steden liggen bij de monding van de Bour Regreg rivier. In 1777 erkende Mohammed III de Verenigde Staten als onafhankelijke natie en sloten beide landen een vriendschapsverdrag. In de Moderne Tijd hadden de Alawietische vorsten niet alleen af te rekenen met Franse en Spaanse bezetters, maar ook met de separatistische Rif republiek (1921-1926) van Muhammad Ibn 'Abd El-Karim El-Khattabi en Wereldoorlog II. De dynastie kreeg met Mohammed V pas in 1956 de troon van een onafhankelijk land. Marokko had een bezetting achter de rug die 44 jaar duurde. Het land is ook nog verwikkeld in het dispuut om de Westelijke Sahara Heersers van deze dynastie: Muhammad I (1631-1635); Muhammad II (1635-1664); Mulay Muhammad al-Rashid bin Sharif (1664-1666); Harun Al-Rashid (1666-1672); Muhammad I (1672); Al-Harrani, Abu'l Abbas Ahmad I, en Ismail (1672-1684); Moulay Ismail Ibn Sharif (1684-1727); Abu'l Abbas Ahmad II (1727-1728; eerste regering); Abdalmalik (1728); Abu'l Abbas Ahmad II (1728-1729; opnieuw); Abdallah (1729-1735; eerste regering); Ali (1735-1736); Abdallah (1736, opnieuw); Mohammed II (1736-1738); Al-Mostadi (1738-1740); Abdallah III (1740-1745); Zin al-Abidin (1745); Abdallah IV (1745-1757); Mohammed ben Abdallah (1757-1790); Yazid (1790-1792); Slimane(1792-1822); Abderrahmane (1822-1859); Mohammed IV (1859-1873); Hassan I (1873-1894); Abdelaziz (1894-1908); Abdelhafid (1908-1912); Tijdens Franse bezetting (1912-1956): Yusef (1912-1927); Mohammed V (1927-1961); Mohammed Ben Aarafa, French Puppet (1953-1955) Na de onafhankelijkheid in 1956: Mohammed V (1955-1961); Hassan II (1961-1999) en de hudige Koning Mohammed VI (1999-)
Wahhabieten De wahhabieten groeiden in 1803 als een orthodoxe beweging. Hun afstammelingen regeren nog altijd als dictators over Saudi Arabia. In 1803 bezette de door Mohammed ibn Abd al-Wahhaab (1703-1792) gestichte strekking, de voor de islam heilige plaatsen Mekka en Medina. Het wahabisme is fundamenteel, conservatief en vrouwonvriendelijk. Bij de Saudi's is het staatsgodsdienst. De volgelingen heten wahhabieten, maar zo noemen zij zich zelf niet. Wahhabieten spreken over salafiyyah, dat is afgeleid van het Arabisch salaf en 'voorouders' betekent. Volgens salafisten zijn alleen de Koran, de uitspraken van Mohammed of zijn oorspronkelijke medestanders gezaghebbend. In hun verwijzing naar de goddelijke eenheid noemen de wahhabieten zich ook 'ahl al-tawhid' ('mensen van de eenheid). Hiermee doelen ze ook op de 'éénheid van God'. Uit het wahhabisme groeide de fanatieke, fundamentalistische strekking van 'takfiri'. Zij houdt in dat moslims die niet het 'juiste pad' volgen of die er andere denkbeelden op na houden, moeten gestraft worden. Tot de takfiri behoort onder meer Al Qaida leider Osama bin Laden, die overigens in Saudi-Arabia geboren werd.
|
|
|
Pages: 1 of 1 Tientallen sultans voor één God
|
|
Last modified:
March 4, 2008, 11:17 AM
Contributed By:
Walter Vaerewijck
|
rating:
|
|
 |
Tientallen sultans voor één God |
|
|
|