| |
 |
China: Post-Maoisme en opening naar economische vrijheid
De Vier Moderniseringen
|
|
|
CHINA GESCHIEDENIS POST MAOÏSME & OPENING NAAR DE ECONOMISCHE VRIJHEID |
|
Mao en Zhou stierven beiden in 1976, het jaar met vier belangrijke data: 8 januari, het overlijden van Zhou Enlai, 7 april, de afzetting van Deng Xiaoping, 9 september, de dood van Mao Zedong, 6 oktober, de val van de Bende van Vier. De Culturele Revolutie is definitief achter de rug, maar nieuwe radicalen en gematigden trekken opnieuw ten strijde. De radicalen (in feite de conservatieven) konden beletten dat Deng Xiaoping premier werd. Hua Guofeng, een eerder neutrale figuur, werd de compromisoplossing. Hij versterkte zijn positie met het proces tegen de Bende van 4, geleid door Mao's weduwe Jiang Qing, en volgde meteen Mao op als partijleider. Deng Xiaoping werd wel in ere hersteld. Toen Hua zijn handen vol had met economische problemen en het herstel van Tangshan na de aardbeving van 28 juli 1976 (officieel 242.000, officieus 750.000 doden), benoemde hij een aantal gematigden op hoge posten. Onder hen de tweemaal weggezuiverde Deng Xiaoping, die half 1977 al vice-premier werd.
Een eerste stap met de Vier Moderniseringen
Het werd de periode van de Vier Moderniseringen, die de verdere ontwikkeling van China moesten bevorderen, zowel op agrarisch, op industrieel, op technologisch en op wetenschappelijk vlak. In 1978 werden die 'Vier Moderniseringen' (landbouw, industrie, landsverdediging, wetenschap en technologie) afgekondigd. Dit hield onder meer de mechanisering van de landbouw in, de verbetering van irrigatie en vloedcontrole en de uitbouw van zowat 300.000 industriële ondernemingen. Studenten werden voor scholing naar het buitenland gestuurd en het management werd naar voren geschoven en ook het privé-initiatief zag het licht. In 1978 besloot het centraal comité dat niet de politieke strijd, maar de ontwikkeling van de economie de hoofdopdracht van de partij moest worden. Samen met Zhao Ziyang - wiens rol in de beginfase van het liberaliseringsproces schromelijk wordt onderschat - had Deng Xiaoping in de arme provincie Sichuan de boeren al bevrijd uit de lijfeigenschap van Mao's volkscommunes. Het was een succesvol experiment waarbij de landbouwgezinnen de grond voor dertig jaar in pacht kregen. Deng vermeed daarbij de fouten, die sovjethervormer Michael Gorbatchov had gemaakt. Net als Mao kende hij de kracht van de miljoenen boeren. In 1984 besloot het centraal comité tot de debureaucratisering van de nijverheid. Partijmensen mochten nog alleen het ideologische werk koesteren, terwijl ingenieurs en economisten de leiding van de bedrijven kregen toevertrouwd. De boeren mochten naar hartelust verbouwen. Die plotse vrijheid en de mogelijkheid die verantwoordelijken kregen om vastgelegde meerjarenplannen af te wijken, zouden echter de deur openen voor misbruiken en corruptie. Er volgde dat jaar ook een decentralisatie van de economische planning en een regeling van de prijs voor verbruiksgoederen. Handelsreclame is al toegelaten sedert 1979. In 1992 haalde China een economische groei van 12% met een inflatiegevolg in stedelijke agglomeraties. Elke Chinees mag sedertdien vrij en eender waar een eigen handel opzetten, mits betaling van de taksen. In 1994 werd een nieuwe vennootschapswet, de 'gongsi fa', goedgekeurd en spoedig volgde er ook een onvermijdelijk faillissementswetgeving. In 1997 hadden al 960.000 Chinezen een bedrijf opgezet en uitgebouwd waarin ten minste acht personeelsleden werkten. Samen waren deze privé-ondernemingen toen al goed voor bijna 14 miljoen jobs!
Gebalsemde Mao blijft een symbool
De Chinese poorten openden sedert de liberalisering wagenwijd voor het westen. Deze nieuwe economische politiek leidde tot de overwinning van de productie op de ideologie. Arbeiders moesten voortaan op tijd in het bedrijf zijn en mochten geen tijd meer verprutsen aan ideologische discussies. Technici, wetenschapslui en andere deskundigen genoten plots een hoog aanzien. De ontwikkelingen moesten immers snel gaan. De communes zouden stilaan omgebouwd worden tot dorpsgemeenschappen, de boeren mochten hun producten op vrije markten komen aanbieden. Publiciteit - ook uit het westen - werd toegelaten, de consumptiepolitiek ingevoerd, een kleine privé-sector en buitenlandse investeringen (onder de vorm van joint-ventures) toegelaten en de verantwoordelijkheidszin werd ingevoerd. De werkzekerheid werd toen al… minder zeker, maar vele Chinezen zagen hun inkomen stelselmatig verbeteren en alsmaar meer onder hen begonnen serieus geld te verdienen. Onder hen vooral de boeren. Zij vertegenwoordigen immers acht Chinezen op tien en staan in voor het levensonderhoud van de volledige samenleving en dus ook voor haar stabiliteit. De landbouwers verkregen van Du Runsheng, de architect van de agrarische liberalisering, enkele jaren nadien het recht om vijftien jaar land een eigen (staats)grond te bewerken. Ze betalen hiervoor een kleine vergoeding, terwijl ze ook een commissie moeten betalen voor het gebruik van de landbouwmachines van hun dorpsgemeenschap. Einde van deze eeuw kende China al boeren die tot twintig maal meer verdienen dan professoren en universitairen! Ook het partijkader werd aangepakt. Er volgde een massale aanwerving van intellectuelen. Op dat ogenblik waren 8% van de kaderleden intellectuelen. In 1984 zouden er dan al 40% zijn, terwijl toch maar 1% van de Chinezen een universitair diploma bezit.
Elk jaar komen er vijftien miljoen werkzoekenden bij: heel Nederland in feite!
Deng was wel zo verstandig om niet het voorbeeld van wijlen de Sovjetunie te volgen en te investeren in de zware nijverheid. Ook Gorbatchov had daartoe de vereiste middelen niet en op een gegeven ogenblik viel de productiviteit stil en sloeg alles tilt. China koos voor een wijze en soms trage weg. Grote privatiseringen werden gedurende lange tijd uitgesteld en duizenden kleinere joint-ventures werden aangemoedigd. Dankzij de groei, die hieruit voortvloeit konden belangrijke investeringen door de overheid worden voorbereid en uitgewerkt en kan China weldra het Aziatisch model volgen, dat wil dat staatsbedrijven echt tegen elkaar gaan concurreren. Staatsbedrijven, die volgens het ideale socialistische model gestructureerd waren, telden duizenden of tienduizenden werknemers. Ze kochten hun grondstoffen in tegen spotprijzen, maar verschaften iedereen werk. Dat is voorbij. Staatsondernemingen, die winst maken, betalen hierop de helft aan belastingen, maar dit percentage wordt bijna gehalveerd als ze een buitenlandse joint-venture aangaan. Dit alles had wel tot gevolg dat de Chinese economie oververhit geraakte en de buitensporige stijging van de inflatie leidde er mee toe, dat de overheid een afkoelingsprogramma lanceerde. Zo moesten de staatsbanken, die al te gemakkelijk leningen verstrekten aan eender wie die aanklopte met handels- of industriële projecten, grotendeels de geldkraan dichtdraaien. De arbeidsbevolking wordt op 527 miljoen mannen en vrouwen geraamd, waarvan 60% in de landbouw. De werkloosheid wordt officieel op 36 miljoen geraamd, maar ligt in de werkelijkheid een pak hoger. Alleen al in de stedelijke kernen zou rond de negen procent schommelen, zonder rekening te houden men mensen die buiten die steden of op het platteland wonen. Bepaalde gebieden of bedrijfssectoren zijn nog zwaarder getroffen. Zo zou het noordwesten van China zeker dertien procent werklozen tellen. In de textielsector zit negenendertig procent zonder werk. De vrouwen, die goed zijn voor 39 procent van de actieve bevolking zouden 61 procent van de werklozen leveren. Een officiële raming voor het jaar 2000 bedraagt nu al 150.000.000 werklozen en misschien worden het er 200 miljoen, de helft bijna van de volledige Europese bevolking! Elk jaar komen er immers vijftien miljoen jonge werkzoekenden bij!
VERVOLG
Last update: 2002-02-18
|
|
|
Pages: 1 of 1 De Vier Moderniseringen
|
|
Last modified:
September 10, 2004, 7:12 PM
Contributed By:
Walter Vaerewijck
|
rating:
|
|
 |
De Vier Moderniseringen |
|
|
|