| |
 |
[Dutch] Tripoli - Tarabulus el-Gharb - Oea
Fenicisch Oea werd de Witte Bruid van de Middellandse Zee
|
|
|
LIBYA STEDEN & SITES TRIPOLITANIA - TRIPOLI (TARABULIS EL-GHARB) |
|
Tripoli wordt ook de "Witte Bruid van de Middellandse Zee" genoemd. De noordwestelijk gelegen hoofdstad telt iets meer dan één miljoen bewoners, een vierde van het totaal ongeveer. Door de Feniciërs, die de stad stichtten in de 7de eeuw voor onze jaartelling werd Tripoli Oea genoemd. Toen het land in 1951 zijn onafhankelijkheid verwierf, werd Tripoli samen met Benghazi de hoofdstad. De Arabische benaming van Tripoli is Tarabulus al-Gharb. De naam werd omstreeks 640 gegeven nadat de Arabieren de stad veroverden. De naam betekent in feite Tripoli-West omdat er al een stad Tripoli bestond in het oosten, in het huidige Libanon. Sinds 1970 is het de enige hoofdstad, maar ook daarom komt nu verandering, vermits de regering Sirte uitbouwt als administratieve hoofdstad. Tripoli, dat één Libya op vier huisvest, is het handelscentrum van het land en telt productiebedrijven voor textiel, kleding, voeding, tabak en bouwmaterialen. De 'Witte Bruid van de Middellandse Zee' is een aangename stad om te toeven met een typische, maar toch aantrekkelijke Medina die een shoppingtocht vooral loont omdat de verkopers niet arrogant en opdringerig zijn zoals in andere Noordafrikaanse landen waar men toeristen… al wel gewoon is. Vlakbij burcht en museum op de esplanade vlak aan zee kan men zelfs op terrasjes nagenieten in een heerlijke zon. In deze buurt bevinden zich ook diverse restaurantjes waar onder meer kan genoten worden van zeevruchten en vis. Op geen enkel ogenblik heeft men de indruk in een miljoenenstad te verblijven. 'Tarabulus' ligt ver weg van een stadsdrukte die we in Europa dikwijls vervloeken.
Getekend door de Romeinen Tripoli Medina is de oude ommuurde stad. De eerste Romeinse wallen stonden op het vasteland om aanvallen van binnenlandse stammen op te vangen. De hoge muur langs de zeekant dagtekent uit de 8ste eeuw en werd door een moslimheerser gebouwd. Hij bevat drie grote poorten: de westelijk gelegen Bab Zanata, de zuidoostelijke Bab Hawara en de noordelijke Bab al-Bahr. Het stratenplan van de stad dagtekent eveneens uit de Romeinse periode en het bevat smalle steegjes die kriskras door elkaar lopen, alsmede doodlopende straatjes. Dat was met opzet gedaan om eventuele indringers het noorden te doen verliezen. De ramen van de sobere woningen zijn klein, niet alleen ter bescherming tegen de warmte en de zon, maar ook ter wille van de persoonlijke levenssfeer. De binnenzijde, alsmede de patio's, zijn daarentegen mooi gedecoreerd. Ze zijn uit bewerkt hout of plaaster bevatten bogen die zowel de Romeinse als de islamitische stijl bevatten. Ten tijde van de handelskaravanen kwamen de bezoekers uit de Sahara hier terecht. In de oude stad bevonden zich toen vele herbergen waar die konden overnachten. Die herbergen werden serais of funduq's genoemd. Daar was ook plaats voor de kamelen en de goederen. De accommodatie bevond zich rondom een patio. Deze gebouwen waren binnenin minder mooi versierd dat de privé-woningen, maar ze zijn toch een oogopslag waard. Toen Libya in 1951 eindelijk zijn onafhankelijkheid verwierf, trokken vele traditionele families buiten de oude stad en nestelden zij zich in de woningen of flats van de verdreven Italiaanse kolonisten en heersers.
De "verboden bestemming" Die woningen bezaten ook betere nutsvoorzieningen, zoals de watertoevoer. Vele woningen van de oude stad geraakten aldus in verval. Dikwijls hebben vluchtelingen uit arme landen als Tsjaad of Niger er hun toevlucht in gezocht. Zij komen in de stad aan de slag als goedkope arbeidskrachten. Het zou duren tot halverwege de jaren zeventig - toen Muamar Kadafi de corrupte koning Idris I van de troon stootte - eer de regering besloot om de belangrijkste gebouwen te restaureren. Niet alleen de zeven mooie moskeeën werden in hun glorie hersteld, maar ook vroegere consulaten en… synagogen. Israël is een vijand. Niet de joden, want ook Mozes was een profeet. De moderne stad waar vooral de Italianen woonden ligt buiten de muren. Zij ontstond al in de 18de eeuw, maar ontwikkelde zich vooral tijdens de jaren twintig en begint bij Green Square, het Groene Plein, dat vlakbij het mooie vijfsterrenhotel Al-Kabir ligt. Hier zijn de straten recht en bij de souks werden ook de kathedraal en het financieel district gebouwd. Veel aandacht werd ook aan groene zones geschonken. Na de revolutie van 1969 werden uiteraard de straatnamen gewijzigd en werden alle opschriften in Europese talen door Arabische vervangen. Tripoli kende ook een enorme bevolkingsgroei. Het aantal inwoners vervijfvoudigde en randsteden ontstonden. Er ontstond een verkeersdrukte waarop de stad niet was voorbereid en in de jaren tachtig besloot de regering een aantal administraties met hun ambtenaren buiten de stadsgrenzen te vestigen. De stad blijft echter groeien en vele pendelaars leggen nu dagelijks 60 tot 80 kilometer af om hun arbeidsplaats te bereiken. Dit is één van de redenen waarom Kadafi met plannen rondloopt om van Sirte, op de grens van Tripolitania en Cyrenaica, de nieuwe hoofdstad te maken. Een tweede - niet helemaal bijkomstige - reden is dat hij en zijn familie uit de omgeving afkomstig zijn. Kadafi zelf werd geboren in de nabijgelegen havenstad Misrata. Ingevolge het internationaal vliegverbod kon Tripoli tot in 1999 alleen bereikt worden na een twaalf uur durende tocht met een Libische ferry vanuit Malta of een busrit van bijna vijf uren vanuit Djerba. Via de grenspost Ras al-Jedir is Zuwarah de eerste Libische woonkern die men bereikt. Benevens de Alfateh universiteit herbergt Tripoli hogescholen voor technologie, telecommunicatie en elektronica. In de Nationale Archieven berusten vele documenten over de geschiedenis van het land.
Door iedereen veroverd en bezet De stad herbergt ook het historisch -, het archeologisch -, het islamitisch -, en het etnografisch museum. In het epigrafisch museum kan men kennis maken met geschriften uit de Fenicische, Romeinse en Byzantijnse periodes. De belangrijkste moskeeën zijn de Karamanli en Gurgi die werden opgetrokken tijdens de Ottomaanse periode. In de stad staan tevens als heuse blikvangers de triomfboog van keizer Marcus Aurelius (2de eeuw) en een Spaans fort uit de 16de eeuw. De regio van Tripoli spreidt zich over een kuststreek van 800 kilometer, die vooral uit zandstranden bestaat. Zoutwinning, de verbouwing van gerst en tropische gewassen, schapenfokkerijen, behoren tot de belangrijkste activiteiten. De streek telt ook raffinaderijen, leerlooierijen, katoen- en zeepfabrieken. Na de stichting door de Feniciërs behoorde de streek, toen Oea genoemd, tot het Carthageense rijk om na de Punische oorlogen even Nubisch te worden en dan in handen te vallen van de Romeinen. De Carthageners waren de eersten om hier graan en olijven te verbouwen. Julius Caesar annexeerde Tripoli bij zijn provincie "Africa Nova" ter meerdere glorie van Rome. Voor de Romeinen was de streek - samen met Leptis Magna en Sabratha - een wingewest voor graan, wilde dieren en slaven. Caesar legde de bewoners belastingen op 'in liters olijfolie'. In de 5de eeuw werd het gebied veroverd door de Vandalen en vrijwel volledig verwoest. Een eeuw werd Tripoli overwonnen door de Byzantijnen, die de stad ten dele haar glorie wisten terug te geven. De Arabieren volgden in de 7de eeuw. In 1358 veroverde de stadsstaat Genua Tripoli onder leiding van Filippo Thabet. De stad moest toen ondermeer 7000 slaven leveren en een boete betalen van 1,9 miljoen goudflorijnen. Tussen 1146 en 1158 vertoefden de Noormannen even hier. De Arabische bloeiperiode liep van de 14de tot de 15de eeuw. In 1510 werd Tripoli op een bloedige wijze veroverd door de Spanjaarden met Ferdinand V van Castilië. Twintig jaar later schoof Karel V het gebied door naar de Ridders van St. John van Jeruzalem, die door de Ottomaanse sultan Süleyman de Prachtlievende uit Rhodos waren verdreven. Turkse kapers verdreven hen in 1551 en tot 1912 bleef het gebied behoren tot het Ottomaanse Rijk. In 1711 werd Ahmed Karamanli gouverneur, maar hij vestigde snel een eigen dynastie. Tripoli bleef echter een piratennest tot 1835, het jaar dat ook de Karamanli-dynastie ten val kwam. Pas dan kreeg de Ottomaanse sultan de teugels stevig in handen. Kaperleider Draghut Pasha, die de Ottomaanse vloot tegen Malta als bolwerk van de Ridders van St. John had geleid, werd in een moskee van Tripoli begraven. Na de Italiaans-Turkse oorlog van 1911 kwam het gebied ingevolge het Verdrag van Lausanne onder Italiaanse voogdij te staan en werd het in 1939 aan het koninkrijk toegevoegd. Tijdens Wereldoorlog II kreeg de stad in maart 1941 niet minder dan acht bombardementen te verduren. Na de Duits-Italiaanse nederlaag in Wereldoorlog II werd het beleid, onder toezicht van de Verenigde Naties, toevertrouwd aan de Britten. In 1951 werd Tripoli toegevoegd aan het onafhankelijke Libya.
Green Square, het centrum Op 24 december 1951, toen Libya een onafhankelijk koninkrijk werd, kreeg Tripoli alweer een nieuwe bijnaam: Arous Albahr Almotawasit, 'Juweel van de Middellandse Zee. Tripoli bezit nog één Romeins monument, de boog van Marcus Aurelius. De Arabieren herbouwden de stadswallen in 1046 op de oude Romeinse muren. De islamitische gebouwen stammen uit de 14de en 15de eeuw, terwijl de Al Saraya al-Hamra, de versterkte burcht een ideetje was van de Ridders van Malta. De bestaande moskeeën, souks en hammans (oostelijk stadsdeel) dagtekenen uit de Ottomaanse periode. Pas onder de Italianen groeide de stad buiten haar wallen. Toen die verjaagd waren, trokken de meer begoeden naar de leeggekomen woonruimten en kwam de binnenstad enigszins tot verval. In de nabijheid van het hotel Al-Kabir (Grand Hotel) vindt men enkele openluchtcafés, de gazellenfontein en de oude Neo-Romaanse kathedraal (Maidan al-Jazayir) die nu een moskee is. Green Square ligt vlakbij. Hierop komen diverse commerciële straten uit. Green Square nabij de burcht is het grote plein voor de revolutionaire bijeenkomsten. Groen is de kleur van de islam en werd daarom door Kadafi als enige verkozen voor de Libische vlag. Op een boogscheut van Green Square bevindt zich Fergiani's, de enige boekhandel waar niet-Arabische literatuur en documentatie kunnen worden gekocht. Souvenirwinkels lokaliseren zich vooral in de Medina, terwijl de ferry's aanleggen in het oostelijk stadsdeel bij het Mehari Hotel, niet zo ver van het vroegere koninklijk paleis. De zandstranden liggen in Janzur op vijftien kilometer ten westen van Tripoli en in het populaire Tajura, 32 kilometer ten oosten van de hoofdstad. Janzur herbergt nog een tweehonderd jaar oude moskee. De moskee van Murat Agha werd opgetrokken in de 16de eeuw en loont een blik vanwege haar 48 zuilen in de gebedsruimte. Op zowat zestig kilometer voorbij de hoofdstad, langs de weg naar Leptis Magna, is er ook nog Garabulli. Het is een kleine woonkern met diverse restaurantjes en een toeristisch vakantiecentrum. Ook hier bieden de stranden voorlopig geen faciliteiten. Tripoli loont een bezoek van tenminste anderhalve dag voor de stad zelf. Voor het Jamahiriyyah Museum voorziet men best twee uurtjes.
Blikvangers San Francisco Church "Dahra" is de enige katholieke kerk van Tripoli waar nog erediensten worden gehouden. Een oudere Italiaanse bisschop leest in de kathedraal de katholieke missen in diverse talen en praat dolgraag met de Europese toeristen. De overige twee katholieke kerken van Tripoli zijn omgebouwd tot moskeeën. Al Saraya al-Hamra De citadel vormde ooit het machtscentrum van de stad. Het is de blikvanger in de stad voor wie de haven binnenvaart. Het interieur, dat vroeger bestond uit zowel officiële als private vertrekken, dagtekent slechts uit de 17de en 18de eeuw. Er was ook een grote harem om de vrouwen van de invloedrijke families van de buitenwereld te scheiden. Het fort is 13.000 vierkante meter groot en lag indertijd in volle zee. De bouw werd ingezet door de Romeinen en verder uitgebreid door alle overheersers. Nu bevat de citadel het unieke Jamahiriyyah Museum en het ministerie van de Oudheid. Jamahiriyyah Museum Het Jamahiriyyah Museum ligt op Green Square, in de citadel, op 200 meter van hotel Al Kabir. Het museum toont de geschiedenis van Libya van de prehistorie tot de revolutie (van Muamar Kadafi). Het telt verschillende verdiepingen.
Benevens vele opgegraven pronkstukken, bevat het museum ook enkele kopies van rotstekeningen die zich in het Akakus-gebergte bevinden. In het museum krijgt men een aantrekkelijk en degelijk overzicht van de volledige Libische geschiedenis, van de prehistorie tot vandaag. Het is in feite een ideaal beginpunt voor een reis doorheen het land, of men nu alleen de archeologische sites gaat opzoeken of uitsluitend de woestijn en het Akakusgebergte. Het gebouw bevat unieke vondsten uit Leptis Magna en enkele mooie maquettes van de steden uit de oudheid. Er is ook een zaal met misvormde dieren voor wie aan kunst niet voldoende heeft. De bezoeker kan ook terecht op de hoogste verdieping - als hij Arabisch kan lezen - om er het verhaal van de Revolutie en zijn Grote Gids te beleven. Wie geen interesse koestert in de zaal die aan Muamar Kadafi en 'zijn' revolutie gewijd is, kan altijd ontglippen langs de trap van de nooduitgang. Een bezoek met een Engels- of Franstalige museumgids is aangewezen omdat alle toelichtingen in het Arabisch zijn gesteld. In het museum is wel een Engelstalig boek te koop dat een geïllustreerd overzicht geeft van de Libische geschiedenis en sommige tentoongestelde stukken, maar dit kan niet worden vergeleken met een museumcatalogus. Fotograferen mag niet in het museum. Gesloten op maandag en vrijdagochtend. Het museum werd gebouwd met steun van de Unesco. Medina & Souk al-Mushir Dit is het hart van Tripoli en beste shoppingwijk van het land. Eén van de grootste Medina's van het Midden-Oosten. Er zijn ook diverse khans (cafeetjes). Souk al-Mushir vindt men bij Green Square, het Groene Plein, zo genoemd naar de kleur van de Libische vlag en van Kadafi's revolutie. Peoples Palace Peoples Palace is het zenuwcentrum van Kadafi en zijn getrouwen. Dit is het vroegere koninklijk paleis van Idris I langs de Sharah Mohammed Magarief, één van de twee belangrijke lanen van Tripoli. Het bevindt zich op 500 meter van de kathedraal die nu is omgevormd tot een moskee. Nabij staat tevens de Arts and Crafts School, gebouwd door de Turken. Ahmad Pasha Karamanli Deze moskee is de grootste van de stad en wellicht ook de mooiste. Ze ligt vlakbij het kasteel bij de toegang van de voornaamste souk. De Karamanli werd gebouwd in 1736 door de gelijknamige stichter van deze dynastie. Hij was ook Ottomaans gouverneur van de stad. In deze moskee bevinden zich de graftomben van Ahmad Pasha Karamanli en zijn familie. De achthoekige minaret is in de typisch Turkse stijl gebouwd. aL-Naqah Al-Naqah is de oudste moskee van de stad. In feite is het geheel op verschillende tijdstippen tot stand gekomen. De belangrijkste toevoegingen dateren van 1610. Het heiligdom wordt ook al eens de 'kamelenmoskee' genoemd ingevolge een legende die wil dat de Arabische veroveraar Amr Ibn al-As rijke kameelladingen aan handelswaar kreeg van de lokale bevolking in ruil voor veiligheid en vrede. De veroveraar zou deze giften echter hebben geweigerd en de bevolking in ruil gevraagd hebben deze moskee te bouwen. Gurgi In Tripoli is dit de moskee met de hoogste minaret. Ze is achthoekig en telt twee balkonnen. De moskee werd in 1833 gebouwd door Yussef Gurgi. De moskee telt negen zuilen die een dak dragen met zestien kleine koepels. Het interieur van de moskee is bijzonder mooi versierd. Al-Jami Deze moskee dateert van 1670. Een zekere Othman Rais liet haar bouwen. De moskee loont alleen de moeite voor haar inscripties. Sommigen noemen haar ook de Grote Moskee. Andere blikvangers van Tripoli Ottomaanse klokkentoren, Draghut Moskee, de Boog van Marcus Aurelius, Souk al-Attara (juwelen), Souk al-Turk (kleding), Mohammed Pasha Moskee Er zijn niet minder dan 38 moskeeën in de Medina.
Last update: september 1998
|
|
|
Pages: 1 of 1 Fenicisch Oea werd de Witte Bruid van de Middellandse Zee
|
|
Last modified:
September 14, 2004, 7:44 PM
Contributed By:
Walter Vaerewijck
|
rating:
|
|
 |
Fenicisch Oea werd de Witte Bruid van de Middellandse Zee |
|
|
|